Microscoopcamera kiezen: C-mount, oculaircamera of tabletcamera
Leestijd: ± 5 minuten
Een camera op de microscoop verandert hoe u werkt: een groep kijkt mee op een scherm, een meting wordt een getal in een rapport, en een preparaat van vandaag ligt morgen nog als foto klaar. De keuze hangt af van de kop van uw microscoop, van wat u met het beeld wilt doen en van of er een computer bij mag staan.

1. Waar komt de camera op: trinoculaire uitgang of oculairbuis?
Heeft uw microscoop een trinoculaire kop, dan heeft hij een derde buis bovenop met een C-mount-schroefdraad (via een adapter). Daar hoort een C-mount-camera op: u kijkt gewoon door de oculairen en de camera kijkt mee, bij de meeste Kern-koppen via een 50:50-stralendeler. Dat is de beste oplossing voor dagelijks gebruik.
Is de microscoop binoculair of monoculair, dan past een oculaircamera: u haalt een oculair eruit en schuift de camera in de buis (Ø 23,2 mm of 30 mm, met adapterringen). Nadeel: dat oog kijkt niet meer mee. Voor incidenteel fotograferen of een demonstratie is het een voordelige oplossing; de KERN ODC 874 (USB 2.0) en ODC 881 (USB 3.0) zijn zulke oculaircamera's.
2. De C-mount-adapter bepaalt het beeldveld
Tussen de trinoculaire uitgang en de camera zit altijd een C-mount-adapter, en die heeft een eigen vergrotingsfactor. Een sensor is kleiner dan het beeldveld van een oculair; een adapter van 0,5x maakt het beeld op de sensor kleiner, zodat de camera ongeveer hetzelfde ziet als u door de oculairen. Een adapter van 1x toont een uitsnede, 0,35x of 0,3x juist meer dan het oog ziet.
Kern levert per microscoopserie de passende adapters: bijvoorbeeld OBB-A1514 (1x) en OBB-A1515 (0,5x, met instelbare focus) voor de doorlichtmicroscopen en OZB-A5701/5702/5703 (0,3x, 0,5x, 1x) voor de stereomicroscopen. Op elke productpagina staan ze bij de uitvoering waar ze bij passen. Bij de digitale microscoopsets zit de juiste adapter er al bij.
3. Resolutie, sensor en gevoeligheid
Meer megapixels is niet automatisch beter. Een microscoop levert bij 400x of 1000x geen detail dat een 5 MP-sensor niet al vastlegt; wat telt is de sensorgrootte en de pixelgrootte, want grotere pixels vangen meer licht en geven minder ruis. Voor helderveld en fasecontrast is 5 MP (KERN ODC 825, ODC 832) ruim voldoende; voor fluorescentie, waar het beeld donker is, kiest u een gekoelde camera met grote pixels zoals de ODC 861. De 4K-camera's (ODC 854, ODC 251) zijn bedoeld voor presentatie op een groot scherm en voor documentatie met veel beeldveld.
Let ook op de beeldfrequentie: bij het zoeken en scherpstellen wilt u een vloeiend live-beeld, en dat vraagt USB 3.0 of HDMI bij hoge resolutie.
4. USB, HDMI of een tablet op de microscoop?
USB-camera's (ODC 825 met USB 2.0, ODC 832 met USB 3.0, ODC 841 hoge resolutie) werken met een pc en de meegeleverde software: live-beeld, opnemen, meten en annoteren. De pc-oplossing is de meest flexibele en het goedkoopst in aanschaf.
HDMI-camera's (ODC 852, ODC 854 4K) sturen het beeld rechtstreeks naar een monitor of beamer, zonder computer, en slaan opnamen op een geheugenkaart op. Ideaal voor demonstraties en de werkvloer.
Een tabletcamera (ODC 241 met 9,7"-scherm, ODC 251 met 10,5"-HD-scherm en 4K) is camera en scherm in één: hij staat op de trinoculaire uitgang, u bedient hem via het aanraakscherm en een hele groep kijkt mee. In de klas en bij kwaliteitscontrole aan de lijn is dit de oplossing die het minste uitleg vraagt. Kern levert hem ook gemonteerd in de T241- en T251-sets.
5. Meten, tellen en documenteren
De camerasoftware (Microscope VIS 2.0 of S-Viewer bij de USB-camera's, ingebouwd bij de tablets) doet meer dan foto's maken: lengtes en oppervlakten meten, deeltjes tellen, hoeken bepalen, schaalbalken en tekst in het beeld zetten en beelden met meetgegevens exporteren. Voor betrouwbare metingen kalibreert u de software per objectief met een objectmicrometer, een glaasje met een schaalverdeling van 0,01 mm; die vindt u bij de toebehoren van de microscoop.
Alle KERN-camera's met hun resolutie, sensor, aansluitingen en datasheets staan bij elkaar onder microscoopcamera's; op de pagina van elke microscoop ziet u bij elke uitvoering welke camera en adapter erbij passen.
Veelgestelde vragen over microscoopcamera's
Past een KERN-camera ook op een microscoop van een ander merk?
Een C-mount-camera past op elke trinoculaire kop met C-mount-adapter; de adapter zelf is merkgebonden omdat de maat van de uitgang verschilt. Een oculaircamera past in elke standaard oculairbuis van 23,2 of 30 mm.
Waarom is het camerabeeld kleiner dan wat ik door de oculairen zie?
De sensor is kleiner dan het beeldveld van het oculair. Een C-mount-adapter met een lagere factor (0,5x in plaats van 1x) brengt het camerabeeld dichter bij wat u met het oog ziet.
Heb ik een computer nodig?
Bij een USB-camera ja. Een HDMI-camera werkt rechtstreeks op een monitor en slaat op een geheugenkaart op; een tabletcamera heeft scherm, opslag en software in zichzelf.
Kan ik met de camera nauwkeurig meten?
Ja, als u de software per objectief kalibreert met een objectmicrometer. Daarna meet u lengtes, oppervlakten en hoeken in micrometers; de nauwkeurigheid hangt af van het objectief en van de scherpstelling, niet van het aantal megapixels.
Bekijk de camera's en sets
Alle KERN microscoopcamera's met specificaties en datasheets, en de microscopen die met camera geleverd worden.
