OIML-klassen uitgelegd: weegschalen en gewichten

OIML is de internationale organisatie voor wettelijke metrologie. Haar aanbevelingen R76 en R111 bepalen hoe weegschalen en gewichten in klassen worden ingedeeld, en die klassen komen op elk typeplaatje en elk certificaat terug.

Weegschalen: klasse I, II, III en IIII

OIML R76, in Europa overgenomen als EN 45501, deelt niet-automatische weeginstrumenten in vier klassen in op grond van de ijkwaarde e en het aantal ijkwaarden n = Max / e in het bereik.

Klasse Naam IJkwaarde e Aantal ijkwaarden n Typisch
I speciaal vanaf 1 mg vanaf 50.000 analysebalans
II fijn 1 mg tot 50 mg, of vanaf 0,1 g 100 tot 100.000 precisiebalans, apotheek, goud
III middel vanaf 0,1 g 500 tot 10.000 winkel, tafel, vloer, pallet, medisch
IIII gewoon vanaf 5 g 100 tot 1.000 zand, grind, bouwafval

Een hogere klasse is niet beter; hij past bij ander werk. Een klasse III-vloerweegschaal van 1.500 kg met e = 500 g heeft 3.000 ijkwaarden en is voor een pallet precies goed.

Gewichten: klasse E1 tot M3

OIML R111 deelt controlegewichten in zeven klassen in, van E1 (het fijnst) tot M3 (het grofst). Elke klasse mag ongeveer drie keer zoveel afwijken als de klasse erboven. Voor een gewicht van 1 kg is de toegestane afwijking in klasse E1 een half milligram, in F1 vijf milligram en in M1 vijftig milligram.

Klasse Gebruik
E1 referentie voor kalibratielaboratoria
E2 controle van analysebalansen (klasse I)
F1 controle van precisiebalansen (klasse II) en fijne klasse III
F2 precisiebalansen en goede tafelweegschalen
M1 winkel-, tafel- en vloerweegschalen (klasse III)
M2 grove klasse III en klasse IIII
M3 zware industriële weegschalen, weegbruggen

Alle klassen staan bij ons apart: E1, E2, F1, F2, M1, M2 en M3, en samen onder controlegewichten.

Welk gewicht bij welke weegschaal

De regel: het controlegewicht moet minstens drie keer nauwkeuriger zijn dan de weegschaal die u ermee controleert. Kies dus een gewicht waarvan de toegestane afwijking hoogstens een derde is van de afleesbaarheid van de weegschaal. Voor een analysebalans van 0,1 mg is dat E2; voor een precisiebalans van 1 mg F1; voor een tafelweegschaal van 1 g F2 of M1; voor een vloerweegschaal van 200 g M1 of M2. Twijfelt u, neem dan de fijnere klasse: die is ook bruikbaar als u later een betere weegschaal koopt. In welk ijkgewicht heb je nodig staat het per weegschaal uitgewerkt.

Met of zonder certificaat

Een gewicht in klasse E en F wordt vrijwel altijd met een kalibratiecertificaat geleverd dat de werkelijke massa en de onzekerheid noemt; bij M1 is dat een keuze. Voor een kwaliteitssysteem hebt u het certificaat nodig, want zonder is de herleidbaarheid niet aantoonbaar. Gewichten verouderen ook: door slijtage, vuil en corrosie. Hoe u ze bewaart staat in bewaren van kalibratiegewichten, en wij herkalibreren ze in ons eigen laboratorium.

Veelgestelde vragen

Is klasse I beter dan klasse III?

Fijner, niet beter. Klasse I is voor milligrammen in een laboratorium; klasse III voor kilo's aan de toonbank of op de vloer. Een klasse I-balans kan geen pallet dragen.

Welke gewichtsklasse voor een winkelweegschaal?

M1. Een winkelweegschaal van 15 kg met e = 5 g controleert u met een M1-gewicht van 5 of 10 kg; dat is ruim nauwkeurig genoeg.

Wat is het verschil tussen een testgewicht, een ijkgewicht en een controlegewicht?

In de praktijk niets: het zijn drie namen voor een gewicht met een bekende massa in een OIML-klasse. Wij noemen ze controlegewichten.

Moet een controlegewicht zelf gekalibreerd worden?

Ja, periodiek. Een gewicht slijt en vervuilt. Voor E- en F-gewichten is een herkalibratie in een kwaliteitssysteem gebruikelijk; wij doen dat in eigen huis.